Wat zijn Euralcodes?
Euralcodes zijn zescijferige codes uit de Europese afvalstoffenlijst (EURAL). Elke code beschrijft een specifieke afvalstroom, bijvoorbeeld 13 02 05* voor afgewerkte olie of 16 06 01* voor loodaccu's. De code bepaalt mede welke meld-, transport- en verwerkingsverplichtingen gelden.
Voor het zoeken en controleren van de juiste Euralcode kunt u gebruikmaken van www.euralcode.nl. Deze zoekmachine helpt u om op stofnaam, branche of toepassing de meest passende code te vinden.
Wie is verantwoordelijk voor de juiste Euralcode?
De ontdoener van gevaarlijk afval – dus degene bij wie het afval ontstaat – is wettelijk verantwoordelijk voor het kiezen van de juiste Euralcode. Een verkeerde code kan leiden tot een onjuiste begeleidingsbrief, een foutieve LMA-melding en zelfs een bestuurlijke boete bij inspectie.
Een gemiddelde, ervaren inzamelaar of verwerker kan u hierbij ondersteunen door mee te kijken naar de samenstelling, het veiligheidsinformatieblad en de gevarenclassificatie. De uiteindelijke verantwoordelijkheid blijft echter bij de ontdoener liggen.
Hoe zoekt u de juiste code?
Begin bij hoofdstuk 01 t/m 12 en 17 t/m 20 op basis van de bron van het afval. Vindt u daar niets, kijk dan in hoofdstuk 13, 14 en 15 en pas als laatste in hoofdstuk 16. Controleer altijd of de code een asterisk (*) bevat: dat betekent dat het gevaarlijk afval betreft.
Gebruik daarnaast tools zoals www.euralcode.nl om de keuze te verifiëren. Deze onafhankelijke zoekmachine is speciaal ontwikkeld om de juiste Euralcode op basis van trefwoorden, stoffen of processen te vinden.
Spiegelingangen en gevaarlijke eigenschappen
Sommige afvalsoorten hebben een gevaarlijke en een niet-gevaarlijke variant (spiegelingang). De concentratie gevaarlijke stoffen en de HP-criteria bepalen welke van de twee geldt. Twijfelt u? Laat dan een stalenonderzoek uitvoeren.
De HP-eigenschappen (Hazardous Properties, HP1 t/m HP15) bepalen of een afvalstroom als gevaarlijk wordt aangemerkt. Deze eigenschappen volgen onder meer uit de H-zinnen op het veiligheidsinformatieblad.
Complementaire Euralcodes bij gevaarlijk afval
Soms valt één afvalstroom niet onder één enkele Euralcode, maar onder meerdere codes tegelijk. Deze aanvullende of complementaire Euralcodes geven aan dat het afval naast de hoofdcode ook andere gevaarlijke eigenschappen of bestanddelen bevat.
Complementaire codes komen met name voor bij mengafval, reststromen of afval dat afkomstig is uit processen waarin verschillende gevaarlijke stoffen zijn gebruikt. Een voorbeeld is afval dat enerzids voldoet aan 16 03 03* (inorganisch afval met zware metalen) en anderzijds aan een specifieke procescode, zoals 11 01 05* (afval met olie van metaalbewerking).
De ontdoener moet in de begeleidingsbrief en de LMA-melding alle van toepassing zijnde Euralcodes vermelden. De inzamelaar of verwerker bepaalt vervolgens welke code leidend is voor de veilige opslag, het transport en de verwerkingsmethode. Dit is meestal de code met de meest vergaande milieu- of veiligheidseisen.
- Meld altijd alle relevante Euralcodes, niet alleen de hoofdcode
- Laat de inzamelaar schriftelijk bevestigen welke code leidend is voor verwerking
- Bewaar de onderbouwing (VIB, stalenonderzoek, procesgegevens) bij het afvaldossier
- Twijfel bij mengafval? Overleg dan vooraf met een gespecialiseerde inzamelaar
Veelgemaakte fouten
- Een niet-gevaarlijke code kiezen terwijl het afval wel een asterisk verdient
- De code van het product gebruiken in plaats van de code van het afval
- Vergeten de Euralcode op de begeleidingsbrief en het etiket te vermelden
- Niet controleren of de inzamelaar de gekozen code accepteert
- Complementaire codes niet vermelden bij mengafval of reststromen
Praktische hulp nodig?
Vraag via het contactformulier advies aan voor uw specifieke situatie.